ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2032
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over loonbelastingheffing op door werkgever betaalde buitenlandse verkeersboete werknemer
In deze zaak stond centraal of een door een werkgever betaalde verkeersboete, opgelegd aan een werknemer in Zwitserland wegens een snelheidsovertreding van 46 km/u te hard, moet worden gerekend tot het belastbaar loon van de werknemer. De werknemer reed met een snelheid van 126 km/u waar 80 km/u was toegestaan, wat als gevaarlijk werd beoordeeld.
De werkgever had de boete betaald met een creditcard op naam van de werkgever, maar heeft deze niet op de werknemer verhaald. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag loonbelasting op omdat de betaling van de boete als loon werd aangemerkt. Zowel de rechtbank als het hof oordeelden dat de boete niet vrij vergoed kon worden omdat de overtreding persoonlijke elementen bevatte en niet was gedaan ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.
De werkgever voerde aan dat buitenlandse boetes belastingvrij vergoed konden worden, maar het hof verwierp dit standpunt op basis van de wetstekst en wetsgeschiedenis. Het hof bevestigde dat de betaling van de boete als loon moet worden beschouwd en dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de door de werkgever betaalde buitenlandse verkeersboete als belastbaar loon moet worden beschouwd en wijst het hoger beroep af.