ECLI:NL:GHAMS:2011:BP1961
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verjaringseis bij effectenleaseovereenkomst
Appellant is gehuwd met [Y], die in 2000 een effectenleaseovereenkomst met Dexia is aangegaan. Appellant vorderde vernietiging van deze overeenkomst en terugbetaling van betaalde bedragen. Dexia voerde verjaring aan omdat appellant de vernietiging pas in 2005 schriftelijk aan Dexia kenbaar maakte, terwijl betalingen vanaf een bankrekening op naam van appellant werden gedaan.
De kantonrechter oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat de bankrekening op naam van [Y] stond en dat appellant vanaf de eerste betaling in 2000 met de overeenkomst bekend moet zijn geweest. Appellant stelde dat hij de vernietiging al in 2003 schriftelijk had gedaan, maar dit was niet aannemelijk omdat Dexia deze brief pas in 2005 ontving.
Het hof bevestigt dat appellant de feiten die Dexia stelde niet voldoende heeft betwist en dat de verjaringstermijn is verstreken. Het bewijsaanbod van appellant wordt gepasseerd wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van appellant wordt afgewezen wegens verjaring; het vonnis wordt bekrachtigd.