ECLI:NL:GHAMS:2010:BU7134
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking relatiebeding in makelaarsarbeidsovereenkomst wegens te ruime strekking
Appellant trad in oktober 2007 in dienst bij Hanson als makelaar en kreeg vanaf juli 2008 leiding over het makelaarskantoor. In zijn arbeidsovereenkomst was een relatiebeding opgenomen dat hem verbood gedurende de looptijd en twee jaar daarna werkzaam te zijn voor cliënten van Hanson, waarbij cliënten ruim werden gedefinieerd.
Na zijn opzegging in mei 2009 trad appellant in augustus 2009 in dienst bij een concurrerend makelaarskantoor. Hanson weigerde een lijst te verstrekken van cliënten die onder het relatiebeding vielen. Appellant vorderde een voorlopige voorziening om de werking van het relatiebeding te beperken tot een concreet omschreven groep cliënten.
Het hof oordeelde dat het relatiebeding in zijn ruime vorm de arbeidsvrijheid van appellant onnodig beperkt en dat Hanson onvoldoende duidelijkheid bood over de beschermde cliëntenkring. Het hof beperkte daarom het beding tot cliënten waarmee appellant tijdens zijn dienstverband daadwerkelijk zakelijke betrekkingen had onderhouden. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en de vordering van appellant deels toegewezen.
De kosten van het geding werden ieder voor eigen rekening gelaten. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof beperkte het relatiebeding tot cliënten waarmee appellant tijdens zijn dienstverband zakelijke betrekkingen had onderhouden en vernietigde het vonnis van de kantonrechter.