ECLI:NL:GHAMS:2010:BN3368
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen waarschuwing notaris wegens diffamerende uitlatingen
De zaak betreft een klacht van een klager tegen een notaris over diffamerende uitlatingen, waaronder een brief waarin dementie werd vermoed en een bespreking over drankmisbruik. De kamer van toezicht over de notarissen verklaarde de klacht deels gegrond en legde een waarschuwing op aan de notaris.
De klager stelde hoger beroep in tegen deze beslissing, maar het gerechtshof Amsterdam oordeelde dat het verzoekschrift te laat was ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van dertig dagen. Hierdoor kon het hof het hoger beroep niet in behandeling nemen en verklaarde het niet-ontvankelijk.
De klacht zelf betrof drie onderdelen: de uitlating over dementie, de bespreking van drankmisbruik met een cliënt, en het vermeend te laat verstrekken van stukken. De kamer van toezicht achtte de eerste twee onderdelen gegrond en legde een waarschuwing op, terwijl het derde onderdeel ongegrond werd verklaard.
De notaris verdedigde zich met het standpunt dat de uitlatingen feitelijk waren en niet klachtwaardig, en dat hij niet traag was in het verstrekken van stukken. De kamer oordeelde echter dat de uitlating over dementie onnodig en diffamerend was en dat het bespreken van drankmisbruik met een cliënt niet passend was voor een behoorlijk notaris.
Het hof bevestigde dat het hoger beroep te laat was ingediend en wees het beroep af op ontvankelijkheid, waarmee de beslissing van de kamer van toezicht definitief bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep van klager is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.