ECLI:NL:GHAMS:2010:BN2350
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vervangingsvoornemen en verzuimboete in vennootschapsbelasting 1999
Belanghebbende, een beleggingsmaatschappij, verkocht in 1999 haar onroerende zaken en vormde een vervangingsreserve bij de aangifte vennootschapsbelasting. De inspecteur betwistte het bestaan van een vervangingsvoornemen per 31 december 1999 en stelde de boekwinst bij. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank de inspecteur in het gelijk. Het hof bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
Belanghebbende voerde aan dat gelieerde vennootschappen namens haar naar vervangende objecten zochten, ondersteund door verklaringen van bestuurders en correspondentie met makelaars. Het hof oordeelt echter dat deze feiten onvoldoende bewijs leveren voor een vervangingsvoornemen per balansdatum. Concrete handelingen gericht op vervanging ontbraken en er zijn geen vervangende objecten verworven.
Daarnaast werd een verzuimboete opgelegd die belanghebbende niet betwistte. Hoewel de redelijke termijn voor behandeling van de zaak is overschreden, wordt de boete niet verminderd omdat deze lager is dan € 200. Het hof veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten in de verzetprocedure en bevestigt het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de aanslag vennootschapsbelasting en verzuimboete.