ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1441
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen veroordeling wegens niet-inschrijving leerplichtige jongere
De verdachte werd ten laste gelegd dat zij in de periode van 21 maart 2006 tot en met 19 oktober 2006 niet heeft voldaan aan de inschrijvingsplicht van haar zoon als leerling van een school, zoals voorgeschreven in de Leerplichtwet 1969. Hoewel de verdachte tijdig kennisgevingen indiende met overwegende bedenkingen tegen de richting van het onderwijs, was deze verklaring ongeldig omdat haar zoon in het voorgaande schooljaar reeds op een school stond ingeschreven.
De verdediging voerde aan dat de wet ruimte moest bieden voor vrijstelling ook na het eerste leerplichtige jaar en dat de wet in strijd was met het EVRM, in het bijzonder artikel 9 en Pro artikel 2 van Pro het Eerste Protocol. Het hof oordeelde echter dat de Leerplichtwet 1969 geen mogelijkheid biedt om na het eerste leerplichtige jaar alsnog een geldige vrijstelling te verkrijgen en dat deze regeling verenigbaar is met het EVRM, mede omdat de wet een reële mogelijkheid tot thuisonderwijs biedt.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de inschrijvingsplicht heeft overtreden en verklaarde het bewezen verklaarde strafbaar. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €250, bij gebreke van betaling te vervangen door vijf dagen hechtenis. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €250 wegens niet-inschrijving van haar leerplichtige zoon.