ECLI:NL:HR:2012:BV9200

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01032
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 427 SvArt. 2 Leerplichtwet 1969
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van verdachte in cassatieberoep wegens art. 427 lid 2 Sv

De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor een overtreding van de Leerplichtwet 1969 en kreeg een geldboete van €250,- opgelegd, subsidiair vijf dagen hechtenis. Tegen dit arrest stelde de verdachte beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De raadsheren onderzochten de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 427, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De advocaat van de verdachte diende middelen van cassatie in, maar de Advocaat-Generaal concludeerde dat de verdachte niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde dat de verdachte niet in cassatie kon worden ontvangen, omdat het cassatieberoep niet aan de wettelijke vereisten voldeed.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 17 april 2012, waarbij de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter optrad, samen met de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu. De Hoge Raad handhaafde hiermee de niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het cassatieberoep.

Uitkomst: De verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens toepassing van art. 427 lid 2 Sv.

Uitspraak

17 april 2012
Strafkamer
nr. S 11/01032
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 21 juni 2010, nummer 23/003869-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P. Lesquillier, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
1.2. De raadsvrouwe heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het Hof heeft de verdachte ter zake van een overtreding (art. 2, eerste lid, Leerplichtwet 1969) veroordeeld tot een geldboete van € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis. De verdachte kan, gelet op art. 427, tweede lid, Sv niet in haar beroep in cassatie worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 17 april 2012.