ECLI:NL:GHAMS:2010:BM5108
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslagen en boete na niet tijdige aangifte inkomstenbelasting 2003
Belanghebbende werd voor het jaar 2003 aangeslagen voor inkomstenbelasting, premie WAZ en Zfw, waarbij het belastbaar inkomen ambtshalve werd vastgesteld op € 25.000. Tevens werd een verzuimboete van € 113 opgelegd wegens het niet tijdig doen van aangifte. Belanghebbende kwam hiertegen in bezwaar en beroep, maar verscheen niet bij de zitting van de rechtbank. De rechtbank handhaafde de aanslagen en boete en stuurde haar uitspraak per gewone post, wat in strijd was met artikel 8:37 Awb Pro.
Het hof oordeelde dat door de onjuiste verzending het hoger beroep ontvankelijk moest worden verklaard omdat niet kon worden uitgesloten dat belanghebbende de uitspraak pas later ontving. Vervolgens bevestigde het hof de schattingen van de inspecteur, die gebaseerd waren op eerdere onderzoeksresultaten van de jaren 1994-1998, en achtte deze niet onredelijk. Belanghebbende slaagde er niet in overtuigend aan te tonen dat de aanslagen onjuist waren.
Ten aanzien van de verzuimboete stelde het hof vast dat belanghebbende niet binnen de gestelde termijn aangifte had gedaan, waardoor de boete passend en geboden was. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslagen en verzuimboete en verklaart het hoger beroep ontvankelijk vanwege onjuiste verzending uitspraak rechtbank.