ECLI:NL:GHAMS:2010:BL0018
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J.L. Mastboom
- R.M. Steinhaus
- N. van der Wijngaart
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt moordveroordeling met strafvermindering wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd verdacht van moord op zijn echtgenote in de periode van 22 tot 23 augustus 2003. Na een eerdere veroordeling en cassatie door de Hoge Raad werd de zaak opnieuw behandeld door het gerechtshof Amsterdam. De verdachte werd veroordeeld tot 13 jaar en 4 maanden gevangenisstraf.
Het hof verwierp een verzoek tot aanvullend Y-chromosomaal DNA-onderzoek omdat het verzoek onvoldoende onderbouwd was en geen noodzaak bestond. Daarnaast werden verweren dat verklaringen van een medeverdachte niet als bewijs mochten dienen wegens schending van het ondervragingsrecht (Salduz-norm) verworpen. Het hof oordeelde dat deze norm geen derdenwerking heeft en dat de verklaringen betrouwbaar zijn, mede ondersteund door andere bewijsmiddelen.
De bewezenverklaring betrof het opzettelijk en met voorbedachten rade wurgen van het slachtoffer en het in het water werpen van haar lichaam. Het hof achtte de straf passend gezien de ernst van het feit, de betrokkenheid van de verdachte en het leed voor de nabestaanden. Wel werd de straf met twintig maanden verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn in de strafprocedure.
De benadeelde partij, de moeder van het slachtoffer, werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat deze niet in de strafzaak kan worden behandeld. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed een nieuwe uitspraak die de eerdere veroordeling bevestigt met de genoemde strafvermindering.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 13 jaar en 4 maanden gevangenisstraf voor moord met strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.