ECLI:NL:GHAMS:2010:BK8945
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J. Leijdekker
- A.M. van Amsterdam
- A.O. Lubbers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffingsrente berekening over periode vóór uitbetaling voordelen aan belanghebbenden
In deze zaak zijn belanghebbenden in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem die heffingsrente in rekening bracht over het inkomen uit aanmerkelijk belang. De kern van het geschil betreft de berekeningswijze van de heffingsrente, die start op 1 juli 2007, terwijl de voordelen uit aanmerkelijk belang pas op 3 december 2007 zijn uitbetaald.
Het hof overweegt dat de wetgever bij de invoering van artikel 30f AWR bewust heeft gekozen voor een praktische en eenvoudige berekeningswijze, waarbij geen rekening wordt gehouden met het moment van daadwerkelijke uitbetaling van inkomsten. De nadelen hiervan zijn door de wetgever als onvoldoende zwaarwegend beoordeeld om hiervan af te zien.
Belanghebbenden voerden aan dat het onbillijk is heffingsrente te berekenen over een periode waarin zij geen rendement konden behalen en dat spontane stortingen niet tot heffingsrente zouden moeten leiden. Het hof wijst dit af en benadrukt dat het niet aan de rechter is om de keuze van de wetgever op billijkheid te toetsen. Ook het beroep op de hardheidsclausule wordt afgewezen omdat deze bevoegdheid exclusief bij de minister van Financiën ligt.
De hogere beroepen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen kosten aan de procedure verbonden.
Uitkomst: Het hof bevestigt de heffingsrente berekening vanaf 1 juli 2007 en wijst het hoger beroep van belanghebbenden af.