Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
1) wist dat zijn oogzenuwontsteking van 1993 was veroorzaakt door de bij hem in 1999 gediagnosticeerde multiple sclerose en
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten in 1997 met een uitsluitingsclausule (clausule 31) die arbeidsongeschiktheid door een oogzenuwaandoening en de oorzaken daarvan, waaronder neurologische aandoeningen, uitsluit. In 1999 werd bij de verzekerde multiple sclerose vastgesteld, een aandoening die verband houdt met de oogzenuwaandoening. In 2005 verzocht de verzekerde om opheffing van deze clausule, wat in 2006 plaatsvond na invulling van een gezondheidsverklaring.
De verzekeraar stelde dat de verzekerde bij zijn verzoek tot opheffing niet heeft gemeld dat hij leed aan multiple sclerose en al gedeeltelijk arbeidsongeschikt was, wat zou leiden tot vernietiging of ontbinding van de wijzigingsovereenkomst. Het hof oordeelt dat de mededelingsplicht bij deze tussentijdse wijziging van de verzekeringsovereenkomst geldt volgens de artikelen 7:928-931 BW. De verzekerde wist van zijn aandoening en arbeidsongeschiktheid en heeft dit niet volledig gemeld, mogelijk met opzet om de verzekeraar te misleiden.
Het hof laat de verzekerde toe tot tegenbewijs en bepaalt dat getuigenverhoren zullen plaatsvinden. Tevens wordt een comparitie gehouden om te onderzoeken of partijen tot een schikking kunnen komen. De beslissing wordt aangehouden totdat het tegenbewijs is geleverd en de verdere procedure is afgerond.
Uitkomst: Het hof staat toe dat de verzekerde tegenbewijs levert en houdt de beslissing aan voor verdere procedure.