ECLI:NL:GHAMS:2009:BL7099
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vorderingen jachtrechten en gezelschapsverklaringen in kort geding
In deze zaak ging het om een geschil tussen appellanten en geïntimeerde over jachtrechten op een gebied van circa 400 hectare te Schalkwijk. Appellanten vorderden onder meer dat geïntimeerde de jachthuurovereenkomsten zou overleggen en dat zij als medejachthouders erkend zouden worden, alsmede het afgeven van buiten gezelschapsverklaringen voor het jachtseizoen 2009/2010.
Het hof verwijst naar het eerdere vonnis in kort geding van 19 november 2008 en behandelt het hoger beroep tegen dat vonnis. Het hof oordeelt dat appellanten niet-ontvankelijk zijn in hun vordering tot het overleggen van overeenkomsten en financiële verantwoording, vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang. De overige vorderingen worden afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is dat appellanten op grond van de jachthuurovereenkomsten medejachthouder zijn geworden.
Verder stelt het hof vast dat de jachtrechten primair toekomen aan de huurder van de grond, in dit geval geïntimeerde, die de rechten persoonlijk heeft gehuurd. De door appellanten gevorderde erkenning als medejachthouder faalt omdat de contracten niet mede namens hen zijn gesloten. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat er voldoende grote jachtvelden zijn om buiten gezelschapsverklaringen toe te staan. De verstoorde relatie tussen partijen maakt gezamenlijke jacht bovendien onwaarschijnlijk.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt appellanten in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van appellanten af, met veroordeling in de kosten.