ECLI:NL:GHAMS:2009:BL1960
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- A. Bockwinkel
- S. Clement
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende goed vertrouwen bij schulden
Appellant X heeft een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend, nadat hij schulden had opgebouwd bij onder andere het UWV, de Belastingdienst, het CJIB en de Dienst Werk en Inkomen (DWI). Hij stelde dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan van deze schulden, onder meer door omstandigheden zoals een onterecht ontslag op staande voet, inkomensverlies, ziekte en familieomstandigheden.
Het hof stelde vast dat X onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan van de schulden. Zo kon hij niet overtuigend aantonen dat de schuld aan het UWV en de Belastingdienst hem niet kon worden verweten. Ook de schuld aan de DWI werd niet voldoende toegelicht. Hoewel X zijn financiële situatie inmiddels onder controle heeft en hulp heeft gezocht, achtte het hof dit onvoldoende om hem toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank Haarlem, die het verzoek van X tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling had afgewezen. Het arrest werd uitgesproken op 18 september 2009.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte goede trouw.