ECLI:NL:GHAMS:2009:BL0069
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- F.J.P.M. Haas
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigenaftrek en urencriterium in hoger beroep belastingzaken 2002-2003
In deze zaak staat de vraag centraal of belanghebbende in aanmerking komt voor de zelfstandigenaftrek over de jaren 2002 en 2003, waarbij hij moet aantonen dat hij het urencriterium van 1225 uren per jaar aan zijn onderneming heeft besteed. De inspecteur heeft de zelfstandigenaftrek en scholingsaftrek niet geaccepteerd na een boekenonderzoek.
Belanghebbende heeft een urenadministratie over 2002 overgelegd, waarin 1767 uren zijn geregistreerd, maar deze administratie is te globaal en ongespecificeerd bevonden om de bewijslast te dragen. Voor 2003 is geen urenstaat overgelegd. Het hof volgt de inspecteur in zijn berekening dat de daadwerkelijk bestede uren niet overeenkomen met de opgegeven uren. Het beroep op het vertrouwensbeginsel met betrekking tot een startersonderzoek in 1997 en een vermeend boekenonderzoek is verworpen.
De rechtbank had de beroepen gegrond verklaard en de aanslagen verminderd, maar het hof vernietigt deze uitspraak omdat de rechtbank niet aan belanghebbende de gevraagde vergoeding van gemaakte kosten in bezwaar en reiskosten heeft toegekend. Het hof vermindert de aanslagen en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof Amsterdam op 5 november 2009.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank, vermindert de aanslagen en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van kosten.