ECLI:NL:GHAMS:2009:BK9297
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake geschil tussen appartementseigenaar en Vereniging van Eigenaars over onrechtmatig handelen en vorderingen
In deze civiele zaak stond een geschil tussen een appartementseigenaar en de Vereniging van Eigenaars (VvE) centraal. De appellant, eigenaar van een appartement, vorderde onder meer schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de VvE, onverschuldigde betaling, onrechtmatig schilderwerk, waardevermindering van haar appartementsrecht en schade wegens smaad en laster.
De rechtbank Utrecht wees de vorderingen af, waarna de appellant hoger beroep instelde. Het hof stelde vast dat een deel van de vorderingen niet ontvankelijk was wegens het verstrijken van de beroepstermijn. De overige grieven werden inhoudelijk behandeld. Het hof oordeelde dat de appellant onvoldoende bewijs had geleverd voor haar stellingen, zoals het ontbreken van een berekening van de schuld aan de VvE, onvoldoende onderbouwing van onrechtmatigheid en het niet aantonen van schadebedragen.
Ook werd geoordeeld dat de procedure niet bedoeld is om uitgebreide administratieve stukken op te vragen zonder concrete aanwijzingen. De vorderingen wegens onrechtmatig handelen, onrechtmatig schilderwerk, waardevermindering en smaad en laster faalden allen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep en de vorderingen van de appellant af.