ECLI:NL:GHAMS:2009:BK6508
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.F. Faase
- E.A.G. van der Ouderaa
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over fiscale kwalificatie lening versus dividenduitkering en bewijslastverdeling
Belanghebbende, een houdstervennootschap, verkocht in 2002 haar belang in een dochtervennootschap en verstrekte daarvoor leningen gefinancierd door haar aandeelhouder. De inspecteur legde een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2003 op, waarbij renteopbrengsten werden belast en een verzuimboete werd opgelegd. Belanghebbende stelde dat de betaling aan haar aandeelhouder als dividenduitkering moest worden gezien, niet als lening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het Hof oordeelde dat door het niet tijdig doen van de vereiste aangifte de bewijslast omgekeerd en verzwaard is, waardoor belanghebbende moest aantonen dat sprake was van dividenduitkering. Belanghebbende faalde hierin, mede omdat zij geen schriftelijke leningsovereenkomst kon overleggen en haar standpunt pas laat wijzigde.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat de inspecteur de aanslag over 2006 conform de aangifte oplegde zonder een bewuste standpuntbepaling te maken. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.