ECLI:NL:GHAMS:2009:BK3866
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- A.P.M. van Rijn
- B.A. van Brummelen
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrek omzetbelasting bij gemengd gebruik monumentenpand door ondernemer
Belanghebbende, een ondernemer met een eenmanszaak, is samen met zijn echtgenote eigenaar van een monumentenpand, ieder voor 50%. Bij aankoop was geen omzetbelasting verschuldigd. Belanghebbende rekende het pand volledig tot zijn ondernemingsvermogen en bracht de volledige omzetbelasting over de restauratiekosten in aftrek. De inspecteur accepteerde slechts 40% aftrek, gelijk aan het zakelijke gebruik van het pand.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende 50% van de voorbelasting mocht aftrekken, gelijk aan zijn eigendomsdeel. De inspecteur stelde hoger beroep in, belanghebbende incidenteel hoger beroep tegen de beperking tot 50%. Het Hof toetste de zaak aan artikel 15 Wet Pro OB 1968 en het arrest Charles-Tijmens van het Hof van Justitie (C-434/03).
Het Hof concludeerde dat slechts 40% van de omzetbelasting aftrekbaar is, omdat 60% van het pand voor niet-ondernemingsdoeleinden wordt gebruikt. Het Hof verwierp het incidenteel hoger beroep en vernietigde het vonnis van de rechtbank. De inspecteur handhaafde de naheffingsaanslag met aftrek van 40%. Het Hof vond geen grond voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat slechts 40% van de omzetbelasting op de restauratiekosten aftrekbaar is, overeenkomstig het zakelijke gebruik van het pand.