ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ3144
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en proceskostenvergoeding na weigering taxatie woning
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en stelde dat deze te hoog was vastgesteld. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die de waarde op €604.000 stelde, werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam. Belanghebbende verweerde zich onder meer met het argument dat de inpandige staat van onderhoud slechter was dan normaal, maar had geen toegang tot de woning voor taxatie verleend.
Het hof oordeelde dat na het instellen van beroep belanghebbende niet verplicht was toegang te verlenen aan de taxateur, maar dat hij wel de bewijslast droeg voor inpandige waardeverminderende omstandigheden. Omdat belanghebbende hiervoor geen concrete feiten aannemelijk had gemaakt, werd de waarde van €604.000 bevestigd. Verder wees het hof het verzoek tot schadevergoeding van wettelijke rente over de vermindering van de aanslag en over griffierecht af, verwijzend naar jurisprudentie van de Hoge Raad.
Wel werd belanghebbende een vergoeding toegekend voor reiskosten gemaakt in de procedure, en het griffierecht werd vergoed. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze niet had beslist over de reiskostenvergoeding. Het hoger beroep werd daarmee deels gegrond verklaard en de waarde van de woning definitief vastgesteld.
Uitkomst: WOZ-waarde vastgesteld op €604.000, schadevergoeding afgewezen, reiskosten en griffierecht vergoed.