ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ2837
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep notaris tuchtklacht inzake geheimhouding en informatieplicht codicil
In deze tuchtprocedure staat de klacht van klaagster tegen een notaris centraal over diens informatieplicht en geheimhoudingsplicht met betrekking tot een codicil van de erflaatster.
De erflaatster had een brief geschreven waarin zij hoopte dat deze als codicil kon dienen, maar deze voldeed niet aan de wettelijke vereisten. Klaagster stelde dat de notaris onvoldoende had geïnformeerd en inzage in het testamentair dossier weigerde, wat volgens haar een beroepsfout was. De notaris beriep zich op zijn geheimhoudingsplicht.
Het hof liet een deskundige onderzoek doen die concludeerde dat de notaris de erflaatster wel degelijk had gewezen op de gebreken van het codicil. Klaagster voerde tegenargumenten aan, maar deze werden door het hof verworpen. Het hof oordeelde dat de notaris terecht zijn geheimhoudingsplicht inroept en dat hierdoor geen beroepsfout is gemaskeerd.
Het hof verklaarde het eerste onderdeel van de klacht ongegrond en verwees het tweede onderdeel, betreffende belangenbehartiging bij de afwikkeling van de nalatenschap, terug naar de Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-Notarissen te Haarlem.
Uitkomst: Het hof verklaart de klacht over de informatieplicht en geheimhouding ongegrond en verwijst het andere klachtonderdeel terug naar de Kamer van Toezicht.