ECLI:NL:GHAMS:2009:BI6402

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.017.581-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevelschrift tot betaling van nakosten na arrest in civiele procedure

In deze civiele procedure hebben verzoekers, na een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarbij hun vorderingen werden toegewezen, verzocht om een bevelschrift ex artikel 237 lid 4 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering voor nakosten die na het arrest zijn ontstaan.

Gerequestreerde betwistte de gevorderde nakosten en stelde dat zij direct na betekening van het arrest tot betaling was overgegaan, waardoor inschakeling van een deurwaarder niet nodig was. Tevens werden de afwikkelings- en dossierkosten betwist en als onredelijk hoog bestempeld.

Het hof oordeelde dat de betekeningkosten en advocaatkosten als nakosten toewijsbaar zijn, omdat betaling pas na betekening plaatsvond. De overige kosten hadden betrekking op de executie van het arrest en vallen niet onder de nakosten zoals bedoeld in de wet. Daarom werden deze niet toegewezen.

De totale nakosten werden begroot op €287,24 en de tenuitvoerlegging hiervan werd bevolen.

Uitkomst: Bevelschrift tot betaling van nakosten van €287,24 wordt toegewezen.

Uitspraak

BEVELSCHRIFT ex artikel 237 lid 4 Wetboek Pro van Burgerlijke rechtsvordering
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
BESLISSING
in de zaak van:
1. [X],
wonende te[…],
2. [Y],
wonende te […],
3. [Z],
wonende te[…],
VERZOEKERS,
advocaat: mr. M. Stegeman, te ’s-Hertogenbosch,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PLUS VAST B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
GEREQUESTREERDE,
advocaat: mr. S.A. van der Sluijs, te Amsterdam.
Verzoekers worden hierna ook wel [X] c.s. genoemd en gerequestreerde ook wel Plus.
1. Verzoek
Bij op 27 oktober 2008 bij de griffie van dit hof ingekomen verzoekschrift hebben verzoekers verzocht op grond van artikel 237,lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (BRv) een bevelschrift af te geven terzake van de nakosten gevallen na het door de tweede Kamer van dit hof onder zaaknummer 106.006.816/01 tussen partijen gewezen en op 8 mei 2008 uitgesproken arrest.
2. Beoordeling
2.1 Bij het voormelde arrest heeft het hof het onder zaak/rolnummer 355187/HA ZA 06-3525 gewezen vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 mei 2007 vernietigd en de vorderingen van [X] c.s. alsnog toegewezen en daarbij Plus – uitvoerbaar bij voorraad – in de proceskosten verwezen en die kosten tot de datum van het arrest begroot voor zover aan de kant van [X] c.s. gevallen op € 764,87 in eerste aanleg en € 994,31 in hoger beroep aan verschotten en € 1.158,-- in eerste aanleg en € 1.158,-- in hoger beroep aan salaris.
2.2 Door verzoekers is gesteld dat gerequestreerde de na de uitspraak gevallen kosten niet vrijwillig wenst te voldoen en dat zij daarom recht en belang hebben bij de afgifte van een bevelschrift als in artikel 237, vierde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoeld.
2.3 Gerequestreerde heeft de door verzoekster gevorderde nakosten bestreden en daartoe aangevoerd dat zij direct na betekening van het arrest tot betaling is overgegaan zodat er geen reden was om een deurwaarder in te schakelen voor de executie. Voorts heeft gerekestreerde betwist dat de verzoekster de door hen genoemde afwikkelingskosten- en dossierkosten van € 1.611,39 aan de deurwaarder verschuldigd zijn alsmede aangevoerd dat deze kosten “onzinnig” hoog zijn.
2.4 Nu gerequestreerde eerst na betekening van het arrest is overgegaan tot betaling worden de door verzoekers gevorderde betekeningskosten ad € 82,24 inclusief BTW toegewezen.
2.5 Uit het onder 2.5 in het verzoekschrift gestelde leidt het hof af dat de overige kosten betrekking hebben op de executie van het arrest van 8 mei 2008. Deze kosten vallen niet onder de nakosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 BRv Pro en zullen dan ook niet als zodanig worden begroot.
2.6 De nakosten zullen worden begroot op in totaal € 205,-- terzake van gemaakte advocaatkosten en € 82,24 terzake van kosten van betekening, in totaal € 287,24.
3. Beslissing
Begroot de na het onder 1.1. hiervoor vermelde arrest ontstane kosten op € 287,24 en beveelt de tenuitvoerlegging hiervan.
Aldus beslist door mrs. A.D.R.M. Boumans, A. Bockwinkel en S. Clement en uitgesproken door de rolraadsheer op 10 februari 2009.