ECLI:NL:GHAMS:2009:BI4431
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boetebeschikking en navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2003
De inspecteur legde aan belanghebbende een boete op van € 1.798 in verband met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2003. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de boete, maar niet tegen de navorderingsaanslag. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde zowel de boetebeschikking als de navorderingsaanslag.
In hoger beroep stelde de inspecteur dat jurisprudentie van de Hoge Raad aangeeft dat de opzet van een gemachtigde niet aan de belanghebbende kan worden toegerekend, waardoor de boete moet vervallen. Het Hof volgde dit standpunt en vernietigde de boetebeschikking. Het Hof oordeelde tevens dat de navorderingsaanslag en de boetebeschikking afzonderlijke beschikkingen zijn en dat belanghebbende geen bezwaar had gemaakt tegen de navorderingsaanslag, zodat het Hof niet op de grieven tegen deze aanslag kon ingaan.
Het Hof vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover deze de navorderingsaanslag vernietigde en bevestigde de beslissing over de proceskostenvergoeding van € 70 ten gunste van belanghebbende. De uitspraak werd op 25 maart 2009 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd en de navorderingsaanslag blijft in stand omdat daartegen geen bezwaar is gemaakt.