ECLI:NL:GHAMS:2008:BH4434
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.H.M. Possen
- E.M. Vrouwenvelder
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juiste uitvoering verwijzingsopdracht CBB inzake anti-dumpingheffingen
Belanghebbende ontving op 26 februari 2004 drie uitnodigingen tot betaling (UTB) voor anti-dumpingheffingen met nummers 13A, 15A en 16A. Tegen deze UTB’s werd bezwaar gemaakt en beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB). Op 27 september 2006 verklaarde het CBB het beroep ongegrond voor UTB 15A, vernietigde de uitspraken op bezwaar voor UTB 13A en 16A en gaf de inspecteur opdracht opnieuw uitspraak te doen.
De inspecteur vernietigde vervolgens de UTB 16A geheel en verminderde UTB 13A met €344.522,00. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens gebrek aan belang. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigt dit vonnis en oordeelt dat belanghebbende wel belang heeft bij de beoordeling of de inspecteur de verwijzingsopdracht van het CBB juist heeft uitgevoerd.
Het hof verklaart het beroep ongegrond, bevestigt dat de inspecteur de opdracht juist heeft uitgevoerd en veroordeelt de inspecteur in beperkte proceskosten. De zaak betreft de overgangsregeling na het vervallen van artikel 30d Awr per 1 januari 2005 en de reikwijdte van de bevoegdheid van het hof om te toetsen aan de verwijzingsopdracht van het CBB.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de inspecteur wordt veroordeeld in beperkte proceskosten.