ECLI:NL:GHAMS:2008:BF9935

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
23-001392-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 449 SvArt. 450 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onjuiste instelling door gemachtigde ambtenaar

Het gerechtshof Amsterdam behandelde op 30 september 2008 het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 7 maart 2008. Het hoger beroep was ingesteld door een ambtenaar bij de centrale balie van de rechtbank, die daartoe schriftelijk door de raadsman van de verdachte was gemachtigd.

Het hof oordeelde dat deze wijze van instellen niet voldoet aan de vereisten van de artikelen 449 en 450 van het Wetboek van Strafvordering, die voorschrijven dat het hoger beroep persoonlijk door de advocaat moet worden ingesteld, mondeling aan de griffie. Hoewel de memorie van toelichting suggereert dat schriftelijke bijzondere volmachten ook door advocaten kunnen worden benut, laat de wettekst dit niet toe.

Het hof verwees naar een arrest van de Hoge Raad van 30 januari 2001, waarin werd bevestigd dat het instellen van hoger beroep mondeling door de advocaat moet gebeuren, en dat nieuwe communicatiemiddelen zoals fax en e-mail nog geen aanleiding geven tot wijziging van deze regel. Gezien het ontbreken van een wettelijke uitzondering verklaarde het hof de verdachte niet ontvankelijk in het hoger beroep.

De uitspraak werd gedaan door de tweede meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, met de rechters J.D.L. Nuis, N.A. Schimmel en D.J.M.W. Paridaens - van der Stoel.

Uitkomst: Verdachte wordt niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens onjuiste wijze van instellen door een gemachtigde ambtenaar.

Uitspraak

arrestnummer:
parketnummer: 23-001392-08
datum uitspraak: 30 september 2008
TEGENSPRAAK
ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 7 maart 2008 in de strafzaak onder parketnummer 15-501154-06 van het openbaar ministerie
tegen
[Verdachte]
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 30 september 2008.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
Ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep
Het hoger beroep is namens de verdachte ingesteld door een -daartoe door de raadsman van de verdachte schriftelijk gemachtigde- ambtenaar bij de centrale balie van de rechtbank Haarlem. Nu zulks niet voldoet aan één van de voorwaarden van de artikelen 449 en 450 van het Wetboek van Strafvordering voor de juiste wijze van het instellen van hoger beroep, zal de verdachte niet ontvankelijk worden verklaard in het namens hem ingestelde appel.
Het hof merkt hierbij op dat bovenstaande regeling onduidelijkheden schept. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 30 januari 20011 bepaald dat uit de wettelijke bepalingen volgt dat de verklaring tot het instellen van hoger beroep of cassatie door een advocaat mondeling dient te geschieden. De Hoge Raad voegde hier echter aan toe dat de huidige tijd met nieuwe, betrouwbare communicatiemiddelen als de fax en de e-mail, aanleiding zouden kunnen geven tot heroverweging van deze rechtspraak. De Hoge Raad achtte zich hiertoe echter niet vrij in verband met de totstandkoming van het wetsvoorstel stroomlijnen hoger beroep. De wetgever heeft bij de totstandkoming van deze wetgeving tot uitgangspunt genomen dat de gemachtigde bij het instellen van hoger beroep persoonlijk ter griffie verschijnt. De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel stelt echter dat het schriftelijk aanwenden van een rechtsmiddel, door het verzenden van een schriftelijke bijzondere volmacht aan de griffie, ook door voor de verdachte als gevolmachtigd optredende advocaten kan worden benut, echter de wettekst laat daartoe, naar het oordeel van het hof, geen ruimte 2.
Nu de wet (nog) niet voorziet in een uitzondering voor de advocaat die namens zijn cliënt schriftelijk een rechtsmiddel aan wil wenden, zal het hof de verdachte niet ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.
Beslissing
Het hof:
Verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de tweede meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. N.A. Schimmel en mr. D.J.M.W. Paridaens - van der Stoel, in tegenwoordigheid van mr. E. Wiersma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 september 2008.
Mr. N.A. Schimmel en mr. D.J.M.W. Paridaens-van der Stoel zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
1 HR 30 januari 2001, NJ 2001, 293
2 Kamerstukken II 2005/06, 30 320, nr. 3, p. 28