ECLI:NL:GHAMS:2008:BD8003
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Voortzetting dienstverband en loonheffing bij overdracht onderneming A BV
Belanghebbende was sinds 1 juli 1999 in dienst bij A BV. Na een herstructurering waarbij de onderneming via D NV aan een nieuwe A BV werd overgedragen, heeft het hof geoordeeld dat het dienstverband feitelijk is voortgezet bij de nieuwe A BV. De inspecteur stelde dat belanghebbende in dienst was bij B BV, een persoonlijke houdstervennootschap, maar het hof vond onvoldoende bewijs voor deze stelling.
Belanghebbende ontving in 2001 loon van A BV, maar vanwege de slechte financiële situatie van de onderneming werd niet alle loonheffing afgedragen. Het hof oordeelde dat belanghebbende als controller op de hoogte moest zijn van deze situatie en daarom slechts een beperkte verrekening van loonheffing kon plaatsvinden.
Daarnaast ging het hof in op een lening van belanghebbende aan D NV. De inspecteur wilde deze lening afwaarderen tot nihil of maximaal 15.000 gulden, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. Het hof bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat de lening ten laste van het belastbare resultaat mocht worden gebracht.
Het hof verklaarde het hoger beroep van de inspecteur ongegrond en wees belanghebbende een proceskostenvergoeding toe. De uitspraak bevestigt de fiscale kwalificatie van het dienstverband en de beperkingen bij verrekening van loonheffing in faillissementssituaties.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het dienstverband bij A BV is voortgezet en beperkt de verrekening van loonheffing; het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard.