ECLI:NL:GHAMS:2008:BC8687
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet ontvankelijk wegens ontbreken redelijk vermoeden van schuld bij douaneaangiften gebruikte auto’s
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam inzake vermeende onjuiste aangiften ten invoer van gebruikte auto’s door een bedrijf en twee verdachten. De douane vermoedde dat de opgegeven waarden onjuist waren, wat leidde tot een fiscaal nadeel van ruim 15 miljoen gulden. Een strafrechtelijk onderzoek werd gestart.
Tijdens het onderzoek bleek dat het vermoeden van schuld gebaseerd was op subjectieve vermoedens zonder voldoende toetsbare en controleerbare feiten. De waardebepaling van gebruikte auto’s is complex en vereist fysieke controle, die niet mogelijk was omdat het bedrijf een administratief 'wit' selectieprofiel had, waardoor controle onmogelijk was.
Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie niet in redelijkheid tot vervolging had mogen overgaan omdat het redelijk vermoeden van schuld ontbrak. Ook het fiscaal nadeel van circa 44.800 gulden was onvoldoende om het ontbreken van een objectief vermoeden te compenseren. Daarnaast werd een overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld. Het hof verklaarde het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een objectief redelijk vermoeden van schuld.