ECLI:NL:GHAMS:2007:BC4138
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Geen gezagsverhouding tussen Belgische SA en administrateur in Nederlandse groepsvennootschap
Belanghebbende, een Nederlandse groepsvennootschap binnen de Franse Y-groep, stelde dat K, die circa 20% van zijn werktijd besteedde aan werkzaamheden voor de Belgische SA, door deze SA als werkgever moest worden aangemerkt volgens het Belastingverdrag Nederland-België. Het Gerechtshof Amsterdam onderzocht de bestuursstructuur en de positie van K binnen de groep. K was onbezoldigd bestuurder van de SA en werkte voornamelijk voor belanghebbende, waarbij zijn werkzaamheden in België onder zijn functie als General Manager vielen.
Het Hof stelde vast dat hoewel K zijn werkzaamheden voor rekening en risico van de SA verrichtte en 20% van zijn loon werd doorbelast aan de SA, er geen gezagsverhouding bestond tussen K en de SA. K rapporteerde aan R en A, die deel uitmaakten van het hogere management in Parijs, en niet aan de SA zelf. De instructiebevoegdheid van R en A was vanuit hun rol bij Y Frankrijk en niet als gezagsverhouding van de SA.
Daarom werd de SA niet als werkgever in de zin van het belastingverdrag beschouwd. De naheffingsaanslag loonbelasting was terecht opgelegd, maar de boetebeschikking werd vernietigd omdat deze eerder door het Hof te ’s Gravenhage was vernietigd en niet in cassatie was aangevochten. Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Belgische SA wordt niet als werkgever aangemerkt wegens ontbreken van gezagsverhouding, naheffingsaanslag blijft, boetebeschikking wordt vernietigd.