ECLI:NL:GHAMS:2007:BC0126
Gerechtshof Amsterdam
- Versnelde behandeling
- P. Ingelse
- N. van Lingen
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verbod op handel in honden wegens onvoldoende bewijs onrechtmatig handelen
De Vereniging tot Bescherming van Dieren vorderde in kort geding dat [X] cs werden verboden om honden te verhandelen vanwege vermeende onrechtmatigheden zoals de verkoop van met parvo-virus besmette pups en het verkopen van te jonge pups. De voorzieningenrechter had de vordering toegewezen voor een periode van vijf jaar.
In hoger beroep betwistten [X] cs de gegrondheid van de klachten en stelden dat de inspectiediensten geen onregelmatigheden hadden geconstateerd. Het hof oordeelde dat hoewel er klachten waren, deze niet zodanig omvangrijk en ernstig waren dat zonder nader onderzoek kon worden aangenomen dat sprake was van onrechtmatig handelen. Het kort geding bood onvoldoende ruimte voor een gedegen bewijsopbouw.
Het hof concludeerde dat de belangen van dierenwelzijn weliswaar relevant zijn, maar dat de vordering onvoldoende onderbouwd was. Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vordering af, waarbij de Vereniging tot Bescherming van Dieren werd veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: De vordering van de Vereniging tot Bescherming van Dieren tot verbod op de handel in honden werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen.