ECLI:NL:GHAMS:2007:BB8493
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens onjuiste verwerking fiscale oudedagreserve
Belanghebbende heeft voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ontvangen die te laag was vastgesteld doordat een vrijval van de fiscale oudedagreserve (FOR) niet in de aanslag was verwerkt. De inspecteur legde vervolgens een navorderingsaanslag op, die door de rechtbank gedeeltelijk werd vernietigd. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen de navorderingsaanslag.
Het Hof stelde vast dat de fout niet het gevolg was van onjuiste aangifte door belanghebbende, maar van een intoetsfout door administratief personeel bij de Belastingdienst. Deze fout werd niet opgemerkt vanwege een gebrekkige controle en een werkwijze waarbij onvoldoende fiscaal geschoold personeel werd ingezet. Het Hof oordeelde dat er geen sprake was van een discrepantie tussen wat de inspecteur wilde en wat in het aanslagbiljet was vastgelegd, maar van een verwijtbaar onjuist inzicht van de inspecteur.
Daarom was de navorderingsaanslag onrechtmatig opgelegd en werd deze vernietigd. Ook de beschikking heffingsrente werd vernietigd, conform de uitspraak van de rechtbank. Het incidentele hoger beroep van de inspecteur werd niet-ontvankelijk verklaard. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en moest het griffierecht vergoeden.
De uitspraak benadrukt dat fouten voortkomend uit administratieve werkwijzen en onvoldoende controle voor rekening van de inspecteur komen, en dat een navorderingsaanslag niet kan worden opgelegd zonder nieuw feit of kwade trouw van de belastingplichtige.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd wegens verwijtbare fouten van de inspecteur in de verwerking van de fiscale oudedagreserve.