ECLI:NL:GHAMS:2006:AY7965
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- M.W.E. Koopmann
- C.Ch. Mout
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging faillissementsuitspraak na onderzoek ontvankelijkheid en betalingsonmacht
In deze zaak is het hoger beroep behandeld tegen de faillissementsuitspraak van de rechtbank Amsterdam waarbij appellanten failliet zijn verklaard op verzoek van geïntimeerden. Appellanten betwistten de ontvankelijkheid van geïntimeerden, stellende dat Atradius in hun rechten was gesubrogeerd en dat een betalingsregeling was getroffen.
Het hof onderzocht zelfstandig de ontvankelijkheid en concludeerde dat appellanten hun stellingen onvoldoende hadden onderbouwd en dat de subrogatie van Atradius niet aannemelijk was gemaakt. Ook bleek uit de stukken en het curatorverslag dat de vorderingen van geïntimeerden en andere schuldeisers onbetaald waren en dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt over voldoende middelen te beschikken.
De stelling van appellanten dat er sprake was van misbruik van recht door geïntimeerden werd verworpen. Het hof oordeelde dat appellanten in de toestand verkeren van het hebben opgehouden te betalen en bekrachtigde de faillissementsuitspraak. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 9 mei 2006.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de faillissementsuitspraak en verklaart geïntimeerden ontvankelijk in hun verzoek tot faillietverklaring.