ECLI:NL:GHAMS:2006:AW5520
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of schip voldoet aan criteria voor WVA inzake sleep- en hulpwerkzaamheden op zee
Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Amsterdam het beroep van belanghebbende tegen een naheffingsaanslag loonbelasting behandeld. De kern van het geschil betrof de vraag of het schip “F” voldoet aan het criterium van artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA), dat vereist dat het schip bestemd is voor zowel sleep- als hulpwerkzaamheden op zee en ook daadwerkelijk voor deze werkzaamheden wordt ingezet.
Het hof bevestigde de eerdere feitelijke vaststelling van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage dat het schip bestemd is en feitelijk werd gebruikt voor hulpverleningswerkzaamheden. Echter, het schip was niet bestemd voor sleepwerkzaamheden en werd ook niet feitelijk voor dergelijke werkzaamheden ingezet, anders dan in zeer beperkte mate. De inspecteur had aangevoerd dat het motorvermogen van het schip aanzienlijk lager is dan dat van sleepboten die wel voor sleepwerkzaamheden op zee worden ingezet, en dat het schip in de zeebrief als bergingsvaartuig werd omschreven.
Het hof hechtte geen bewijskracht aan het certificaat van geldigheid van het schip omdat dit onvoldoende inzicht geeft in de feitelijke bestemming en werkzaamheden. Gezien het ontbreken van bewijs dat het schip voor sleepwerkzaamheden bestemd en gebruikt werd, concludeerde het hof dat het schip niet voldoet aan het WVA-criterium. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het schip niet voldoet aan het criterium voor sleep- en hulpwerkzaamheden op zee volgens de WVA.