ECLI:NL:GHAMS:2006:AV5233
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N.A.M. Schipper
- P.J.N. van Os
- L.J. Saarloos
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt onrechtmatigheid in rekening brengen nasalaris zonder rechtsgeldige titel
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 9 maart 2006 uitspraak gedaan over een klacht van een appellant tegen een gerechtsdeurwaarder. De appellant was veroordeeld tot betaling van een bedrag, inclusief nasalaris, maar betwistte de hoogte en de wijze van berekening van de kosten, met name het nasalaris.
De procedure startte bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders, die de klacht deels gegrond verklaarde zonder maatregel op te leggen. Het hof vernietigde deze beslissing en oordeelde dat het in rekening brengen van nasalaris zonder een rechtsgeldige titel niet is toegestaan, conform eerdere jurisprudentie. Het hof stelde vast dat de appellant wel degelijk is verschenen bij de zitting en dat het hoger beroep tijdig was ingediend.
De feiten betroffen onder meer dat de appellant het vonnis op 21 december 2003 ontving en dat de gerechtsdeurwaarder hem op 22 december 2003 sommeerde tot betaling binnen acht dagen. De appellant betaalde het bedrag uiteindelijk op 9 januari 2004, nadat de gerechtsdeurwaarder op 6 januari 2004 het vonnis had betekend. Het hof oordeelde dat de appellant tijdig had kunnen betalen en dat de gerechtsdeurwaarder terecht kosten in rekening bracht, behalve het nasalaris waarvoor geen executoriale titel bestond.
Het hof verklaarde het onderdeel van de klacht over de termijn van betaling ongegrond, maar het onderdeel over het nasalaris gegrond, zonder maatregel op te leggen. Verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen omdat die niet passen binnen een tuchtprocedure. Het arrest bevestigt dat nasalaris alleen kan worden gevorderd indien dit door een rechter is vastgesteld.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de kamer, verklaart het in rekening brengen van nasalaris zonder rechtsgeldige titel onrechtmatig, maar legt geen maatregel op.