ECLI:NL:GHAMS:2006:AV4588
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over waarde bedrijfspand voor afschrijving en belastingaanslag 2001
Belanghebbende betwist de door de inspecteur vastgestelde waarde van een bedrijfspand voor de openingsbalans per 1 januari 2001, wat gevolgen heeft voor de afschrijving en daarmee de inkomstenbelastingaanslag over 2001.
Het geschil spitst zich toe op de vraag welke waarde in het economische verkeer (WEV) moet worden aangehouden. Belanghebbende stelt een waarde van ƒ 3.150.000, de inspecteur een lagere waarde van ƒ 2.500.000. Diverse taxatierapporten, een bod van een onafhankelijke derde en de BAR-methode worden besproken. Het hof oordeelt dat het bod van ƒ 2.775.000 van een onafhankelijke partij een beter uitgangspunt is dan theoretische taxaties.
Het hof stelt vast dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de WEV hoger is dan ƒ 2.800.000. Op basis hiervan wordt de afschrijving herberekend, wat leidt tot een vermindering van het belastbaar inkomen. De uitspraak van de inspecteur wordt vernietigd en de aanslag verminderd. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De waarde van het bedrijfspand per 1 januari 2001 wordt vastgesteld op ƒ 2.800.000, de aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt verminderd en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.