ECLI:NL:GHAMS:2006:AV0713
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslagen en verzuimboeten mineralenheffingen veehouderij
Belanghebbende, een veehouder, maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen fosfaat- en bestemmingsheffing en de daarbij opgelegde verzuimboeten over de jaren 1998, 1999 en 2000. Hij betwistte niet de juistheid van de berekeningen maar voerde principiële bezwaren aan tegen het heffingssysteem, dat volgens hem onvoldoende rekening houdt met milieuprestaties en werkelijke omstandigheden.
Het Hof stelde vast dat de aanslagen conform de Meststoffenwet en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) zijn vastgesteld en dat belanghebbende de verschuldigde bedragen niet had voldaan binnen de gestelde termijnen. De verzuimboeten zijn opgelegd volgens het geldende boetebeleid en zijn passend en geboden.
Het Hof oordeelde dat het niet bevoegd is om over de billijkheid of de innerlijke waarde van de wet te oordelen en dat de bezwaren van belanghebbende tegen het heffingssysteem zelf niet tot vernietiging van de aanslagen kunnen leiden.
Daarom verklaarde het Hof het beroep ongegrond en handhaafde de naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslagen en verzuimboeten.