ECLI:NL:GHAMS:2005:AU3998
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermogensetikettering bij aankoop splitsbaar pand voor onderneming
Belanghebbende kocht samen met zijn zakenpartner een pand dat uit een begane grond en bovenliggende etages bestond, met de intentie op de begane grond een horecaonderneming te starten. Het pand was juridisch niet gesplitst, waardoor alleen het gehele pand kon worden gekocht. Na verbouwing werd de horeca op de begane grond geëxploiteerd, terwijl de bovenetages grotendeels als woonruimte verhuurd bleven.
Het geschil betrof de vraag of de bovenetages vanaf aankoop verplicht privévermogen waren of tot het ondernemingsvermogen behoorden. Het hof overwoog dat de keuze voor ondernemingsvermogen afhankelijk is van de wil van de belastingplichtige binnen redelijke grenzen. Omdat het pand niet gesplitst was en alleen als geheel kon worden gekocht, mocht belanghebbende het gehele pand, inclusief de bovenetages, tot zijn ondernemingsvermogen rekenen.
Belanghebbende had ook het aandeel van zijn zakenpartner in het pand overgenomen, waarbij dezelfde redenering gold. Het hof verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat een vergelijkbare ondernemer de bovenetages niet tot ondernemingsvermogen had gerekend, waardoor geen gelijke gevallen bestonden.
Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, stelde het belastbaar inkomen vast op €57.463 en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat bij aankoop van een splitsbaar pand dat niet is gesplitst, het gehele pand keuzevermogen is en tot het ondernemingsvermogen kan worden gerekend.
Uitkomst: Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur en stelde het belastbaar inkomen vast op €57.463, waarbij het gehele pand als ondernemingsvermogen werd aangemerkt.