ECLI:NL:GHAMS:2005:AU3166
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- C. Schaap
- L.F. Roseval
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over voordelen uit aandelenopties toegekend door buitenlandse moedermaatschappij
Belanghebbende was van 1995 tot 2000 in dienst bij een Nederlandse dochtermaatschappij van een Amerikaanse beursgenoteerde moedermaatschappij, die aandelenopties aan werknemers toekende. De Nederlandse BV hield geen loonbelasting in over de voordelen uit deze optierechten. De inspecteur legde echter aanslagen inkomstenbelasting op aan belanghebbende voor de jaren 1999 en 2000, waarbij de voordelen uit de optierechten werden betrokken.
Belanghebbende voerde aan dat de inspecteur de naheffing bij de werkgever had moeten opleggen en beriep zich subsidiair op het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het hof oordeelde dat de inspecteur bevoegd was om de voordelen bij de werknemer in de inkomstenbelasting te betrekken, omdat loonbelasting een voorheffing is op de inkomstenbelasting en de inspecteur een keuzevrijheid heeft zolang de beginselen van behoorlijk bestuur worden gerespecteerd.
Het hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat geen sprake was van een toezegging door de inspecteur die afweek van de wettelijke regeling. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan bewijs van ongelijke behandeling. Het hof oordeelde ook dat de waardedaling van aandelen na het moment van belastingheffing niet relevant is en dat de regeling niet in strijd is met het EVRM. Het beroep tegen de heffingsrente werd deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslagen inkomstenbelasting inclusief heffingsrente.