ECLI:NL:GHAMS:2005:AT4472
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing op aandelenopties met voorwaardelijke uitoefeningstermijnen
Belanghebbende, werknemer van A B.V., kreeg in 1998 aandelenopties toegekend door de Amerikaanse moedermaatschappij BInc, met een vestingsschema over vijf jaren. De inspecteur legde aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen op voor de jaren 1999, 2000 en 2001, waarbij het voordeel uit de opties werd belast.
Belanghebbende stelde dat hij pas in 2000 voldoende geïnformeerd was over de voorwaarden van de opties en dat de belastingheffing over 1999 onterecht was. Het hof oordeelde dat de opties voor 1999 als voorwaardelijk moesten worden aangemerkt en dat het belastbare voordeel pas ontstond op het moment dat de opties onvoorwaardelijk konden worden uitgeoefend, namelijk circa 14 augustus 2000.
Verder wees het hof het beroep af voor de aanslagen over 2000 en 2001. Het hof verwierp ook het beroep op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat het heffingsmoment volgens de geldende wet- en regelgeving juist was vastgesteld. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, maar de vordering tot vergoeding van kosten van de bezwaarfase werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigde de aanslag over 1999 deels en bevestigde de aanslagen over 2000 en 2001, met een correctie van het belastbaar inkomen voor 1999.