ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2956
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Den Boer
- Faase
- Slijpen
- Rechtspraak.nl
Geen boeteverval na strafrechtelijke transactie wegens gebruik valse facturen
Belanghebbenden, bestaande uit vennootschappen behorende tot de A-groep en hun directeur F, deden verzoeken tot boeteverval naar aanleiding van een strafrechtelijke transactie en een fiscaal compromis. De boetes betroffen onder meer omzetbelasting, loonbelasting en inkomstenbelasting gerelateerd aan het gebruik van valse facturen en onjuiste aangiften.
De strafrechtelijke vervolging richtte zich op feiten uit hoofde van artikel 225 Sr Pro (valsheid in geschrifte) en artikel 68 AWR Pro (onjuiste aangifte). Er werd een transactie gesloten met de Officier van Justitie waarbij een bedrag van ƒ 100.000 werd betaald ter afdoening van het delict van artikel 225, eerste lid, Sr. Belanghebbenden stelden dat deze transactie ook boeteverval zou moeten inhouden voor de fiscale boetes.
Het Hof oordeelde dat het ne bis in idem-beginsel alleen van toepassing is indien de strafrechtelijke transactie ook betrekking heeft op het fiscaal delict of het aan dat delict gelijkgestelde delict van artikel 225, tweede lid, Sr. Uit bewijs en getuigenverklaringen bleek dat de transactie uitsluitend betrekking had op artikel 225, eerste lid, Sr. De fiscale boetes blijven daarom van kracht. Tevens werd vastgesteld dat de verzoeken tot boeteverval grotendeels ongegrond zijn en dat de inspecteur de boetes terecht heeft opgelegd.
Het Hof vernietigde enkele uitspraken van de inspecteur wegens procedurele ontvankelijkheidskwesties, wees de verzoeken alsnog af en kende proceskostenvergoedingen toe aan enkele belanghebbenden. De uitspraak werd gedaan door mrs. Den Boer, Faase en Slijpen op 31 maart 2004.
Uitkomst: De transactie leidt niet tot boeteverval; de opgelegde boetes blijven van kracht.