ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ1733
Gerechtshof Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Goes
- Schiltkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting bij tijdelijk niet zichtbaar zijn bedrijfsvergunning
Belanghebbende, werkzaam op een school, beschikte over een bedrijfsvergunning die op meerdere kentekens was afgegeven. Op 23 juni 2003 parkeerde hij zijn auto met kenteken CC-CC-CC nabij de school en had tot 15.00 uur de vergunning zichtbaar in de auto liggen. Na het einde van zijn werkzaamheden haalde hij de vergunning uit de auto om deze in de kluis van de school op te bergen, waarna hij terugliep naar de auto. Rond 15.04 uur constateerde een parkeercontroleur dat de vergunning niet zichtbaar was en legde een naheffingsaanslag op.
Verweerder stelde dat het ontbreken van de vergunning in de auto op dat moment betekende dat niet aan de voorschriften was voldaan. Belanghebbende voerde aan dat de vergunning wel geldig was, omdat deze tijdelijk werd opgeborgen ten behoeve van een collega die de vergunning de volgende dag zou gebruiken. Het hof overwoog dat het systeem van bedrijfsvergunningen op meerdere kentekens toelaat dat de vergunning door verschillende deelgebruikers wordt gebruikt, en dat het redelijk is dat de vergunning na gebruik op een vaste, veilige en bekende plaats wordt opgeborgen.
Het hof oordeelde dat gedurende de redelijke tijd die nodig is om de vergunning op te bergen en terug te lopen naar de auto, niet kan worden gezegd dat niet aan de vergunningsvoorschriften wordt voldaan. Het argument van verweerder dat deelgebruikers afspraken moeten maken om dit te voorkomen, werd niet gevolgd. De naheffingsaanslag werd daarom vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd omdat het tijdelijk niet zichtbaar zijn van de bedrijfsvergunning tijdens het opbergen niet leidt tot het niet voldoen aan de vergunningsvoorschriften.