ECLI:NL:GHAMS:2004:AP8402
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek rentekosten lening eigen woning volgens Wet inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende heeft in 1999 een hypothecaire lening van ƒ 65.000 afgesloten met als onderpand zijn woonark. Hij stelde dat de lening volledig was besteed aan de verbouwing van deze eigen woning en vorderde aftrek van de volledige rentekosten in de inkomstenbelasting 2001. De inspecteur erkende slechts ƒ 30.000 als aftrekbaar, gebaseerd op beschikbare facturen, en wees de aftrek van de resterende ƒ 35.000 af wegens gebrek aan schriftelijke bewijsstukken.
Het Hof overwoog dat de wettelijke eis van schriftelijke bewijsstukken niet met terugwerkende kracht geldt voor leningen vóór 1 januari 2001. Voor de aftrekbaarheid is vereist dat de lening is aangegaan met het doel de eigen woning te verwerven, verbeteren of onderhouden, en dat daadwerkelijk uitgaven zijn gedaan in overeenstemming met dat doel. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het resterende bedrag van ƒ 35.000 voor deze doeleinden is gebruikt.
De overgelegde foto’s en verklaringen boden onvoldoende bewijs van de bestedingen en het causaliteitsverband. Ook de waardeontwikkeling van de woonark was onvoldoende om het verband aan te tonen. De inspecteur handhaafde terecht de afwijzing van de aftrek voor het niet-gestaafde deel van de lening. Het beroep werd ongegrond verklaard, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aftrek van rentekosten over ƒ 35.000 van de lening wordt afgewezen.