ECLI:NL:GHAMS:2004:AO5065
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Verspyck Mijnssen
- Aben
- Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens overtreding verbod handelen met voorwetenschap in effectenverkeer
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen een veroordeling van verdachte wegens overtreding van artikel 46, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995. Verdachte, als voorzitter van de raad van commissarissen van een beursgenoteerde vennootschap, gaf opdracht tot de inkoop van 120.000 eigen aandelen terwijl hij beschikte over voorwetenschap over een voorgenomen fusie en overname.
De feiten betreffen transacties in maart 1999 waarbij aandelen werden ingekocht terwijl nog niet openbaar was gemaakt dat een overnamebod was gedaan en een due diligence-onderzoek werd uitgevoerd. Het hof oordeelde dat deze inkoop niet noodzakelijk was ter dekking van personeelsopties, aangezien de Stichting Prioriteit reeds had besloten tot uitgifte van aandelen voor dat doel. Daarmee was sprake van een verboden gedraging.
De verdediging voerde aan dat verdachte mocht vertrouwen op de geldende regelgeving en dat er geen verwijtbaarheid was. Dit verweer werd verworpen, mede omdat onvoldoende zorgvuldig juridisch advies was ingewonnen. Het hof hield rekening met een overschrijding van de redelijke termijn, maar verklaarde het OM ontvankelijk.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke geldboete van € 10.000 met een proeftijd van één jaar. Verdachte werd vrijgesproken van enkele andere tenlastegelegde feiten. De straf werd gematigd vanwege het ontbreken van persoonlijk winstbejag en het ontbreken van eerdere veroordelingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 10.000 met een proeftijd van één jaar wegens het geven van opdracht tot verboden inkoop van eigen aandelen met voorwetenschap.