ECLI:NL:GHAMS:2003:AF7665
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontbreken geldige vergunning
Belanghebbende beschikte over een bewonersparkeervergunning voor de A-straat in Amsterdam, maar parkeerde op 19 december 2001 zonder een geldige vergunning in de auto. De vergunning voor de periode 1 december 2001 tot 1 maart 2002 was pas na betaling op 18 december toegezonden, terwijl de betaling te laat was verricht.
De naheffingsaanslag parkeerbelasting (A-belasting) werd opgelegd omdat op het moment van parkeren geen geldige vergunning zichtbaar was, wat volgens de geldende verordeningen gelijkstaat aan parkeren zonder vergunning en dus belastingplichtig is. Belanghebbende voerde aan dat ziekte hem verhinderde tijdig te betalen, maar dit werd door het hof niet aanvaard omdat hij begin november al een betalingsherinnering had ontvangen.
Daarnaast was het bezwaar van belanghebbende aanvankelijk ingediend bij een onbevoegd bestuursorgaan, Stadsdeel Q, dat het bezwaarschrift niet tijdig doorzond. Het hof oordeelde dat het bezwaarschrift geacht werd tijdig te zijn ingediend op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad. Desondanks werd het beroep ongegrond verklaard omdat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond omdat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd wegens ontbreken van een geldige parkeervergunning.