ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7971
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing toeslag Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 1996 waarbij een toeslag uit hoofde van artikel 19 van Pro de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO) werd belast. Hij stelde dat deze toeslag onbelast moest blijven op grond van een toezegging van een medewerker van de Belastingdienst en een eerdere uitspraak van het Hof 's-Gravenhage.
Het Hof stelde vast dat de toeslag als een periodieke uitkering van publiekrechtelijke aard belastbaar is volgens artikel 30 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964, conform een arrest van de Hoge Raad. De door belanghebbende aangevoerde toezegging en het vermeende landelijk beleid konden niet worden aangetoond. Het Hof oordeelde dat de toezegging van de belastingdienstmedewerker niet tot een rechtens te beschermen vertrouwen leidt.
Verder werd geoordeeld dat de procedure bij het Hof 's-Gravenhage geen proefprocedure was en dat het niet instellen van cassatie in die zaak niet duidt op landelijk beleid. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1996 wordt bevestigd.