ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7631
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Hartman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vorderbaarheid en inbaarheid van gefactureerde huur in inkomstenbelastingzaak
Belanghebbende A verhuurde meerdere panden aan de vennootschap F, die daarin een hotel exploiteerde. A had tevens een lening verstrekt aan F voor verbouwingen. In de aangifte inkomstenbelasting 1991 verantwoordde A de gefactureerde huur als inkomsten, met een voorziening voor huurdebiteuren. De Belastingdienst stelde dat de gefactureerde huur in 1991 wel vorderbaar en inbaar was en verhoogde het belastbaar inkomen.
Het geschil betrof of de gefactureerde huur in 1991 daadwerkelijk als genoten inkomen moest worden beschouwd, gelet op de betalingsachterstanden en de lening. Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de huurtermijnen niet vorderbaar en inbaar waren. De vaststellingsovereenkomst uit 1995 en de creditnota uit 1993 konden het oordeel niet wijzigen.
Het hof verwierp ook de bezwaren tegen de bevoegdheid van de inspecteur en de vermeende schending van vormvoorschriften. De procedurekosten werden niet aan belanghebbende toegewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1991 wordt bevestigd.