ECLI:NL:GHAMS:1995:AA4483
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Schaap
- H. Kwantes
- J. Netze
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale aftrekbaarheid koersverlies na verlies deelnemingsvrijstelling
Belanghebbende had in 1990 een aandelenbelang van 7,3% in FX en verkocht op 18 maart 1990 een groot deel van deze aandelen, waardoor het resterende belang onder de 5%-grens kwam te liggen. Hierdoor viel het resterende pakket niet langer onder de deelnemingsvrijstelling volgens artikel 13 Wet Pro Vpb 1969.
Belanghebbende stelde de waarde van de resterende aandelen op het moment van overgang naar de belaste sfeer hoger dan de kostprijs, en wilde het koersverlies dat daarna ontstond fiscaal aftrekken. De inspecteur weigerde dit verlies in aftrek te nemen, stellende dat waardering op hogere beurskoers in strijd is met goed koopmansgebruik en dat het verlies pas bij daadwerkelijke verkoop in aanmerking komt.
Het hof oordeelde dat de deelnemingsvrijstelling voorkomt dat winsten tweemaal worden belast, maar niet dat niet-gerealiseerde verliezen of winsten reeds in de winstberekening mogen worden betrokken. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen, omdat belanghebbende niet aannemelijk maakte dat de inspecteur in vergelijkbare gevallen anders handelde.
Het hof bevestigde de uitspraak van de inspecteur en wees het beroep af. Proceskosten werden niet toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het koersverlies op aandelen na verlies deelnemingsvrijstelling niet fiscaal aftrekbaar is en wijst het beroep af.