ECLI:NL:CRVB:2026:846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op afwijzing Wajong-uitkering ondanks medische informatie
Appellante heeft een Wajong-uitkering aangevraagd, die door het UWV op 22 juli 2020 werd afgewezen. Na bezwaar en een nieuwe aanvraag in 2022, waarbij medische informatie van de huisarts werd overgelegd, bleef het UWV bij haar standpunt. De rechtbank oordeelde in december 2023 dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was omdat appellante niet was opgeroepen voor een verzekeringsarts, en gaf het UWV de gelegenheid dit te herstellen.
Het UWV liet een verzekeringsarts spreekuuronderzoek verrichten, waarna de rechtbank het bezwaar ongegrond verklaarde en het besluit bevestigde. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat haar beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat zij geen licht werk kon verrichten. Zij overlegde nieuwe medische informatie en verzocht om inschakeling van een deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op het eerdere besluit, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen. De medische rapporten zijn voldoende gemotiveerd en geven geen aanleiding tot een ander oordeel. Het verzoek om een deskundige wordt afgewezen. Tevens wordt een schadevergoeding van €500 toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op de afwijzing van de Wajong-aanvraag en wijst het verzoek om inschakeling van een deskundige af.