ECLI:NL:CRVB:2026:845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid op 45,80% door UWV
Appellant, die zich ziekmeldde wegens lichamelijke en psychische klachten, betwistte de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het UWV op 45,80% per 25 januari 2022. Hij stelde dat hij meer beperkingen had en niet in staat was de geselecteerde functies te vervullen. Het UWV baseerde zijn besluit op medisch onderzoek door een arts en een arbeidsdeskundige, waarbij een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werd opgesteld.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook aanvullende medische informatie was betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de beperkingen gemotiveerd toegelicht, inclusief de psychische belastbaarheid en medicijngebruik. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar kon hij dit niet onderbouwen met nieuwe medische gegevens. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht had vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de toekenning van de WIA-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van appellant terecht is vastgesteld op 45,80%.