Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:648

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
24/283 MPW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 2 Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairenArtikel 147 Algemeen militair ambtenarenreglement
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongeval tijdens privé-uitgaan in recuperatieperiode niet als dienstongeval gekwalificeerd

Appellant raakte tijdens de recuperatieperiode na deelname aan een missie in het buitenland betrokken bij een incident waarbij hij ernstig letsel opliep. Hij stelde dat dit incident als dienstongeval moest worden aangemerkt omdat het plaatsvond tijdens de recuperatie, die volgens hem gelijkgesteld moest worden aan deelname aan een vredesmissie.

De staatssecretaris van Defensie kwalificeerde het ongeval als bedrijfsongeval en niet als dienstongeval, een beslissing die door appellant werd bestreden. De rechtbank bevestigde deze kwalificatie en stelde dat recuperatie geen militaire dienst is, maar een rustperiode zonder feitelijke werkzaamheden.

De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat het uitgaan van appellant een privé-activiteit was en geen uitvoering van militaire opdrachten of dienstgerelateerde handelingen. Hierdoor kon het ongeval niet als dienstongeval worden aangemerkt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.

Uitkomst: Het ongeval tijdens privé-uitgaan in de recuperatieperiode wordt niet als dienstongeval aangemerkt en het bestreden besluit blijft in stand.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
24 /283 MPW
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 december 2023, 23 /5938 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de staatssecretaris van Defensie (staatssecretaris)
Datum uitspraak: 21 mei 2026

SAMENVATTING

In deze zaak verschillen partijen van mening hoe het ongeval dat appellant is overkomen in het buitenland tijdens recuperatie gekwalificeerd moet worden. Appellant vindt dat sprake is van een dienstongeval, omdat het incident plaatsvond tijdens het uitgaan in de recuperatieperiode. De Raad is van oordeel dat het uitgaan een privéaangelegenheid is, zodat geen sprake is van een incident dat heeft plaatsgevonden tijdens de uitoefening van de militaire dienst.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. T.A. van Helvoort, advocaat, hoger beroep ingesteld. De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend. Appellant heeft een nader stuk ingediend. De staatssecretaris heeft hierop gereageerd.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 19 maart 2026. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van Helvoort. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door P.J.H. Souren.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant heeft deelgenomen aan de missie [naam missie] 22-2 in [land 1] ([naam missie]). Aansluitend vond de recuperatie plaats in [land 2] . In de nacht van [datum 1] januari op [datum 2] januari 2023 is appellant na een avond uitgaan door een onbekend persoon aangevallen, terwijl hij in [stad] over straat liep. Hij heeft hierbij een schedelbasisfractuur, gehoortrauma en een bilaterale hersencontusie opgelopen. Van dit ongeval is een proces-verbaal van ongeval opgemaakt.
1.2.
Met het besluit van 23 mei 2023 heeft de staatssecretaris dit ongeval aangemerkt als bedrijfsongeval en niet als dienstongeval. Hiertegen heeft appellant bezwaar gemaakt, omdat hij het niet eens is met deze kwalificatie.
1.3.
Met het besluit van l augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. Hieraan is het volgende ten grondslag gelegd. Het ongeval heeft zich voorgedaan tijdens recuperatie in het [land 2] [stad] . Tijdens recuperatie is geen sprake van een uitzending. Het ongeval heeft dus niet plaatsgevonden tijdens de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden. Bovendien had de gebeurtenis op [datum 2] januari 2023 alleen een privékarakter, zodat van een uitoefening van de militaire dienst geen sprake kan zijn. Het ongeval is daarom niet aan te merken als dienstongeval en ook niet als bedrijfsongeval. Het ongeval is ten onrechte aangemerkt als bedrijfsongeval, maar van deze beslissing wordt niet teruggekomen.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Hiertoe is het volgende overwogen. Naar het oordeel van de rechtbank is recuperatie niet aan te merken als en ook niet gelijk te stellen met een deelname aan een operatie ter bevordering of handhaving van de internationale rechtsorde als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, aanhef en onder b, van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen (Besluit AO/IV). Weliswaar blijft gedurende de recuperatie de aanspraak op voorzieningen bestaan, maar er zijn wezenlijke verschillen in werkzaamheden tussen recuperatie en een operatie. Bij recuperatie gaat het om een periode waarin geen feitelijke werkzaamheden worden opgedragen en de militair rust krijgt opdat de operationele inzetbaarheid wordt gehandhaafd. Tijdens een operatie gaat het om daadwerkelijk militaire inzet om een bepaald doel te behalen. Een beroep op de nota over de sociale rechtspositie bij deelname aan vredesmissies kan dan ook niet slagen. Bij het ongeval was verder geen sprake van een dienstopdracht en ook zijn geen omstandigheden naar voren gebracht waaruit zou moeten worden afgeleid dat het ongeval moet worden aangemerkt als uitoefening van de militaire dienst.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellant handhaaft zijn standpunt dat het ongeval aangemerkt moet worden als dienstongeval, omdat het ongeval heeft plaatsgevonden tijdens recuperatie en de recuperatie een verplicht onderdeel is van de [naam missie] waaraan hij heeft deelgenomen. Volgens appellant is de recuperatie gelijk te stellen met deelname aan een vredesmissie.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels en beleidsregels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
Partijen verschillen van mening over de kwalificatie van het ongeval. De kwalificatie van een ongeval heeft gevolgen voor de rechtspositionele aanspraken van de betrokken militair. Op grond van vaste rechtspraak van de Raad wordt het toetsingskader voor het vaststellen van eventuele aanspraken uit hoofde van arbeidsongeschiktheid of invaliditeit gevormd door artikel 2 van Pro het Besluit AO/IV. Anders dan appellant heeft bepleit, komt daarbij geen inhoudelijke betekenis toe aan artikel 4 van Pro de Regeling proces-verbaal van ongeval en de in de bijlage III van de regeling vermelde casusposities. De regeling bevat slechts een samenstel van regels voor het opmaken van een proces-verbaal. [1] In bijlage III van die regeling is ook uitdrukkelijk vermeld dat de daarin genoemde casusposities slechts een indicatie bieden, waaraan geen rechten kunnen worden ontleend en dat de individuele omstandigheden waaronder het ongeval plaatsvindt een ander licht op de zaak kunnen werpen.
4.2.
Artikel 2 van Pro het Besluit AO/IV maakt onderscheid tussen arbeidsongeschiktheid met dienstverband, als gevolg van een bedrijfsongeval (eerste lid), en invaliditeit met dienstverband, als gevolg van een dienstongeval (derde lid). Een ongeval dat heeft plaatsgevonden tijdens de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden, als bedoeld in het derde lid, wordt aangemerkt als dienstongeval. Wat onder de uitoefening van de militaire dienst wordt verstaan, is bepaald in het vierde lid. Wat onder buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden wordt verstaan, is bepaald in het vijfde lid. Op grond van artikel 2, vijfde lid, aanhef en onder b, van het Besluit AO/IV wordt tot de buitengewone omstandigheden of daarmee vergelijkbare omstandigheden gerekend de deelname aan operaties ter bevordering of handhaving van de internationale rechtsorde.
4.3.
De Raad deelt het standpunt van de staatssecretaris dat bij beschouwing van de concrete omstandigheden van het ongeval geen sprake is geweest van een uitoefening van de militaire dienst als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van het Besluit AO/IV. Blijkens het onderliggende proces-verbaal van ongeval is appellant uit vrije wil en op eigen initiatief een avond gaan stappen in het centrum van [stad] en is hij bij een taxi door een onbekende geslagen. De Raad oordeelt dat hier sprake is van een privé-activiteit. Dat betekent dat geen sprake is van een incident dat heeft plaatsgevonden tijdens de uitoefening van de militaire dienst. De (vrijwillige) uitgaansavond is immers niet gelijk te stellen met het uitvoeren van opgedragen werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder a, van het Besluit AO/IV, of met dienstgerelateerde handelingen of activiteiten als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder b en c, van het Besluit AO/IV. Appellant heeft geen omstandigheden naar voren gebracht waaruit zou moeten worden afgeleid dat wel sprake zou zijn van een militaire dienstuitoefening. Het ongeval kan dan ook niet aangemerkt worden als dienstongeval.
4.4.
Gelet op dat wat onder 4.3 is overwogen, hoeft de vraag of de recuperatie gelijk is te stellen aan een (vredes)operatie en daarmee sprake is van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden, als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van het Besluit AO/IV, zoals appellant heeft gesteld, niet meer beantwoord te worden.

Conclusie en gevolgen

4.5.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet als voorzitter en K.H. Sanders en B. Serno als leden, in tegenwoordigheid van A.A. Verweij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2026

(getekend) Y. Sneevliet

(getekend) A.A. Verweij

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke (wettelijke) regels

Algemeen militair ambtenarenreglement
Artikel 147
1. Naar regels bij ministeriële regeling te stellen, wordt van elk ongeval dat aan een militair in werkelijke dienst tijdens de uitoefening van de dienst is overkomen, zo spoedig mogelijk een proces-verbaal opgemaakt. De militair is verplicht, zodra hij daartoe redelijkerwijs in staat is, kennis te geven van een hem overkomen ongeval als vorenbedoeld aan zijn commandant.
(..)
3. Onze Minister beslist of het ongeval waarop een proces-verbaal betrekking heeft, wordt geacht wel of niet in verband te staan met de uitoefening van de dienst, van welke beslissing de militair schriftelijk in kennis wordt gesteld.
(..)
Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen
Artikel 2
1. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder arbeidsongeschiktheid met dienstverband verstaan: een arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekten of gebreken, die in overwegende mate hun oorzaak vinden in de aard van de aan de militair opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder zij moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid zijn te wijten.
2. Indien ingevolge het eerste lid voor een bepaalde ziekte of gebrek arbeidsongeschiktheid met dienstverband is aangenomen, dan geldt dit eveneens voor een arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een andere ziekte of gebrek waarvoor dat verband niet kan worden aangenomen.
3. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder invaliditeit met dienstverband verstaan: een invaliditeit van tenminste 10% tengevolge van:
a. verwonding, ziekten of gebreken, welke zijn veroorzaakt door de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden;
b. ziekten of gebreken, welke het gevolg zijn van verrichtingen of vermoeienissen aan de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden verbonden, dan wel welke tot uiting zijn gekomen onder overwegende invloed van die verrichtingen of vermoeienissen; of
c. ziekten of gebreken, welke zijn ontstaan, tot uiting zijn gekomen of verergerd mede door inwerking van bijzondere, zeer nadelige invloeden, waaraan de beroepsmilitair in verband met de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden is blootgesteld geweest;
4. Onder uitoefening van de militaire dienst wordt verstaan:
a. de uitvoering van expliciet of impliciet gegeven dienstopdrachten of dienstbevelen;
b. het verrichten van handelingen of activiteiten in het kader van algemene of bijzondere dienstverrichtingen; of
c. activiteiten, die gezien het daaraan verbonden dienstbelang als uitoefening van die dienst aangemerkt kunnen worden.
5. Onder buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden wordt verstaan:
a. (…)
b. de deelname aan operaties ter bevordering of handhaving van de internationale rechtsorde;
c. (…)
(…)

Voetnoten

1.Uitspraak van 18 december 2008 van de Raad, ECLI:NL:CRVB:2008:BG9497.