ECLI:NL:CRVB:2026:57
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens heuppijn en andere klachten, maar het UWV stelde de arbeidsongeschiktheid vast op minder dan 35%, waardoor de uitkering werd geweigerd. Appellant voerde aan dat hij meer beperkingen heeft dan erkend, ondersteund door rapporten van een eigen verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV. In hoger beroep benoemde de Centrale Raad van Beroep een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die het standpunt van het UWV bevestigde en concludeerde dat de beperkingen van appellant niet zodanig zijn dat een hogere mate van arbeidsongeschiktheid gerechtvaardigd is.
De Raad volgde de deskundige en oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV juist is. Het hoger beroep werd afgewezen, waardoor de weigering van de WIA-uitkering in stand blijft. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.