Appellante, geboren in 2005, diende een aanvraag in voor een Wajong-uitkering wegens meerdere aandoeningen waaronder ASS en Ehler Danlos Syndroom. Het UWV concludeerde dat zij geen arbeidsvermogen had, maar dat dit niet duurzaam was, en weigerde de uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde het besluit.
In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar fysieke beperkbaarheid progressief en duurzaam was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV onvoldoende had onderbouwd waarom het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam zou zijn, met name omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep zich onvoldoende had gebaseerd op medische informatie over de ASS en de fysieke achteruitgang.
De Raad concludeerde dat het ontbreken van arbeidsvermogen bij appellante duurzaam is en dat zij daarom recht heeft op een Wajong-uitkering vanaf haar achttiende verjaardag. Tevens werd het UWV veroordeeld tot het betalen van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.