ECLI:NL:CRVB:2026:517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen in relevante periode
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege fysieke klachten na Q-koorts, maar het UWV weigerde deze omdat zij arbeidsvermogen zou hebben. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, waarbij een deskundigenrapport concludeerde dat appellante niet vier uur per dag belastbaar was, maar niet duidelijk was vanaf wanneer dit gold.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij vanaf haar achttiende jaar geen arbeidsvermogen had en dat het aanvullende deskundigenrapport onzorgvuldig was. De Raad stelde een nadere vraag aan de deskundige, die aangaf dat appellante in de periode 2011-2016 wel vier uur per dag belastbaar was, mits met rustpauzes.
De Raad vond het rapport consistent en zorgvuldig en volgde het standpunt van het UWV dat appellante in de relevante periode arbeidsvermogen had. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de weigering van de Wajong-uitkering. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd omdat appellante in de relevante periode over arbeidsvermogen beschikte.